Translate

donderdag 18 augustus 2011

#TeachMeSo: classificatie van social media

Kun je sociale media indelen in groepen? En is het wel zinvol om dit te doen. Vooralsnog blijkt het maken van een indeling een lastig verhaal. Toch is indelen zinvol: om overzicht te houden in de berg van social media en om bij vergelijkingen tussen social media de appels te scheiden van de peren. Maar bovenal zijn het de marketeers die geïnteresseerd zijn in indelingen die hun kunnen helpen bij het inzetten van sociale media. Voor hen is Groundswell  verplichte kost.

classificaties

In een eerdere blog beschreef ik het "socialmedialandschap" van Fred Cavazza dat de social media indeelt in een zevental families. Het landschap is opgesteld vanuit het perspectief van het gebruik. Google+ en Facebook nemen in deze indeling een centrale plaats in, zij behoren tot (vrijwel) elke familie. De indeling is een evolutie van het eerste landschap uit 2008. Het resultaat van een zoektocht naar een classificatie, een zoektocht die nog lang niet afgelopen is en waar telkens nieuw te ontdekken plaatsen aan toegevoegd zullen worden. Een andere bekende indeling is die van Kaplan en Haenlein, die twee indelingscriteria gebruiken: sociale aanwezigheid en zelfpresentatie.Een mooi plaatje is van Brian Solis, maar gezien het aantal categorieën vind ik dit toch meer een uitputtend overzicht dan een daadwerkelijke classificatie.

definitie

Indelen is lastig, en dat lastige begint een stap eerder: bij de definitie. De meeste definities bevatten wel het element dat de gebruikers de inhoud bepalen, zonder of met weinig tussenkomst van een redactie. Maar daarna lopen ze uiteen. Waar de Nederlandse Wiki de term "online platformen" voorop stelt, gaat de Engelstalige uit van het gebruik. Mij ook dat sociale media gedefinieerd moeten worden vanuit de wijze waarop mensen ze gebruiken. De gebruiksmogelijkheden zijn niet veel anders dan beperkingen aan het gebruik. Hier zou ik, in navolging van vele anderen, aan toe willen voegen dat er pas sprake is van sociale media indien het gebruikt wordt voor sociale interactie (wat dan weer de vraag oproept wat dat weer is...).

afbakening

Op www.frankwatching.com verscheen vandaag ook een classificatie. En zoals elke classificatie reactie uitlokt, kwamen ook hier al vrij snel reacties op van mensen die iets missen.Zelf vroeg ik me af of we bijvoorbeeld Marktplaats wel tot de sociale media moeten rekenen. De interactie die daar plaatsvindt is immers niet zozeer social maar meer economisch van aard.
Tegelijkertijd mis ik in het overzicht, evenals in vele andere overzichten, een aantal "klassen". De waarschijnlijk grootste en belangrijkste zijn de datingsites. Die zijn er in vele soorten en maten en bieden vaak een scala aan technische mogelijkheden (profielen aanmaken, zoeken in profielen, vrienden toevoegen, chatten, bestanden - met name foto's - delen). Ook chatsites bieden vaak steeds meer mogelijkheden. En wie verder duikt in de krochten van het internet komt 18+-sites tegen die volgens elke definitie tot de sociale media gerekend moeten worden.


Elk overzicht is onvolledig, niet alleen in de voorbeelden, maar ook in de "klassen", en elke indeling is arbitrair. Bovendien zijn sociale media aan snelle veranderingen onderhevig, waardoor ze van de ene klasse in de andere kunnen vallen. Denk bijvoorbeeld aan Facebook Places, waarmee (misschien iets te kort door de bocht) alles wat op Foursquare kan, ook kan op Facebook. Of denk aan Picassa, wat van een fotosite, zonder dat we er als gebruiker om gevraagd zijn, zichzelf transformeerde tot het fotoalbum in Google+. Als er al een indeling vanuit de gebruiksmogelijkheden te maken is, dan is het er eerder één in "alleskunners" (zoals Facebook en Google+), "nichespelers" (Twitter, Diigo) en een groep die daar ergens tussenin zit.

gebruiker centraal

Zoals al gesteld, als we indelen kunnen we beter kijken naar de wijze waarop sociale media gebruikt worden, dan naar de technische mogelijkheden. Want sociale media verschillen in dat opzicht niet van ouderwetse software: we gebruiken slechts een beperkt deel van wat kan. 
Maar niet alleen vanuit de mogelijkheden bekeken is elke indeling arbitrair. Deze zien we ook vanuit het gebruik. Ondanks de miljoenen mensen in Nederland die via Windows Live ("MSN") chatten,werd Windows Live niet tot de groten gerekend. Want alleen chatten, dat maakt blijkbaar nog geen sociaal medium.

Net zoals er diverse pogingen zijn en worden ondernomen om de sociale media zelf in klassen onder te brengen, gebeurt dat ook bij de gebruikers. De "participatieladder" (groundswell) is een bekende. Als we sociale media in klassen willen onderbrengen, zijn mijns inziens drie factoren van belang:
1. De gebruiksmogelijkheden van het sociaal medium
2. De gebruikte mogelijkheden van het sociaal medium
3. De gebruiksintensiteit van de gebruikte mogelijkheden door de verschillende groepen gebruikers.

gebruiksmogelijkheden

De gebruiksmogelijkheden slaan op de technische mogelijkheden. Als ik geen video's kan plaatsen, plaats ik ze niet, als ik maar 140 tekens mag tikken schrijf ik geen halve boeken en als het niet locationbased is zal ik niet snel de neiging hebben om te laten weten waar ik ben. Zoals al gezegd, zijn de gebruiksmogelijkheden aan snelle veranderingen onderhevig en worden door het combineren van sociale media die mogelijkheden alleen maar groter. Als ik geen video kan plaatsen, plaats ik een link naar Youtube, als ik meer dan 140 tekens wil gebruiken gebruik ik Twittlonger en als ik toch wil laten weten waar ik ben laat ik mijn Foursquarepost op mijn website plaatsen.

gebruikte mogelijkheden

De gebruikte mogelijkheden zijn de mogelijkheden die ook daadwerkelijk gebruikt worden. Voor zover mijn waarneming reikt, wordt de "reactie op de checkin" op Foursquare nog maar zeer beperkt gebruikt. En gebruikt iemand de message-optie op Diigo? Op chatsites zijn de profielen veelal niet ingevuld. Wie gebruikt de zoekfunctie op Facebook? Zo zijn er tal van voorbeelden te noemen.

Vanuit het perspectief van sociale media is een gebruiksmogelijkheid die door bijna niemand gebruikt wordt, mijns inziens weinig relevant.


gebruiksintensiteit


De gebruiksintensiteit geeft aan met welke intensiteit de gebruiksmogelijkheden worden gebruikt (door verschillende groepen gebruikers), in relatie tot enerzijds de intensiteit van andere gebruiksmogelijkheden binnen het sociaal medium . Zo is de gebruiksintensiteit van de mogelijkheid om een profiel aan te maken en aan te passen op Linkedin erg hoog, maar is die van het lezen van berichten in groepen (laat staan het plaatsen van) een stuk lager. Zelf zie ik Linkedin zich dan ook meer en meer ontwikkelen tot een verzameling digitale CV's van mensen in mijn netwerken.


De combinatie van mogelijkheden, gebruikte mogelijkheden en intensiteit bepaalt mijns inziens meer in welke "klasse" een sociaal medium geplaatst kan worden, dan enkel de mogelijkheden op zich. 



 Opmerking: Mijn eerdere blogs hadden veelal als opening: De identiteit van.... Deze blogs schreef ik geïnspireerd door persoonlijke ervaringen met de sociale media. De bedoeling is dat dit een eerste blog wordt uit een reeks #TeachMeSo-blogs. Blogs die ik wat minder schrijf als "Jurroen" en wat meer vanuit #TeachMeSo".

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen