Translate

maandag 20 december 2010

De identiteit van een zoutstrooier

Hoewel morgen de winter pas officieel begint, is het zout al op. Tenminste, in Overbetuwe. Dat las ik in elk geval vrijdagavond al op Twitter. Mijn broer heeft er meteen maar een Twittercampagne van gemaakt, en wie zoekt op #zoutloos ziet zijn (en ook mijn) verbazing over het Overbetuuwse zouttekort. Alsof de gemeente een massacampagne tegen hoge bloeddruk begonnen is, maar oorzaak en gevolg volkomen verkeerd heeft ingeschat. Want zouttekort bij dit weer leidt tot stress bij een ieder die de straat op moet, en daarmee eerder tot een hogere dan een lagere bloeddruk. Waarmee de relatie tussen zoutgebruik en bloeddruk aan een nieuwe medisch onderzoek onderworpen moet worden.

De vraag is natuurlijk hoe dit kan, het zouttekort nog voor de winter begint. En dat na de ervaringen van vorig jaar. Volgens mij is het antwoord redelijk eenvoudig. Want voor het eerst in mijn leven zie ik in zowat elke winkel die ik binnenkom emmers met "strooizout" staan. Waar we vroeger nog wel eens gewoon volkomen zinloos een bus keukenzout over ons stoepje strooiden, kunnen we tegenwoordig strooizout in emmers van 7,5 kg kopen.

Nou vroeg ik me af hoeveel zout je eigenlijk nodig hebt. Enig gegoogle levert cijfers op van 10-20 gram zout per m2. Ik weet echter niet zeker of ik dit goed heb (de daadwerkelijk geïnteresseerde lezer moet maar eens hier beginnen), maar als dit zo is dan strooi je met een emmer van 7,5 kg toch al snel 375-750 m2. Dat is een flinke stoep.

Het is dus glashelder waar het zouttekort vandaan komt. Strooizout wordt sinds vorig jaar aan particulieren verkocht in emmers die genoeg zijn voor een hele straat, maar gebruikt worden voor een enkel tuinpad. Het emmertje dat ik bij de gemiddelde doe-het-zelver kan kopen, is genoeg om mijn hele straat te strooien. En dan ontstaat er vanzelf een zouttekort. De reden van deze verkooptruc is natuurlijk duidelijk. De argeloze particulier wil best een paar euro betalen voor een emmertje waar een strooiende gemeente niet meer dan een paar dubbeltjes over heeft. En zo rinkelt de kassa van de zoutindustrie.

Mijn broer ergert zich, terecht, aan de gemeente waar de provisorische schaatsbaan in het centrum het minst gladde deel van het dorp is (als ik althans mijn vrouw mag geloven die vandaag als EHBO-er geen botbreuken op de schaatsbaan heeft geconstateerd, dus zo glad zal het daar wel niet zijn). Terwijl de oplossing zo eenvoudig is. Laat iedereen zijn teveel aan zout (van zo'n emmer toch gauw 80 %) inleveren en elke weg kan morgen nog gestrooid worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen