Translate

dinsdag 20 september 2011

De identiteit van sportiviteit in het jeugdvoetbal

Vanavond ontving ik het meest warme telefoontje dat ik als jeugdvoorzitter van voetbalvereniging SC Elistha ooit ontvangen heb: een compliment van de scheidsrechter die afgelopen zaterdag de, overigens verloren, wedstrijd van onze D1 floot. Een compliment over de sportiviteit van zowel de ploeg als de trainer.

Jeugdvoetbal en sportiviteit. Er is veel over te doen. Ouders, trainers en spelers gaan regelmatig de grens over. Een grens die overigens soms moeilijk te trekken is. Een tweetal voorbeelden uit eigen ervaring met het kaboutervoetbal bij voetbalvereniging SC Elistha:

We staan met 5-4 voor, na een spannende wedstijd. De overwinning nadert. Maar niets is zo veranderlijk als de stand in het kaboutervoetbal, weten we allemaal. En eigenlijk weten we ook wel dat het niet om winnen gaat. Maar wat zou het leuk zijn als onze kabouters na de eerste verliespartijen hun eerste overwinning weten te pakken. Enigszins gespannen loop ik als trainer langs de lijn op en neer en probeer - zinloos natuurlijk - de spelers te coachen. Ik zie de ogen van tientallen ouders, grootouders en andere fans op het veld gericht.
De laatste minuut. We krijgen een hoekschop. De scheidsrechter, een ervaren voetbalrot, vader van een van de kabouters, legt de bal op zijn plek. Net als de speler de aanloop voor de hoekschop wil nemen, roept hij de speler toe: "Wacht even". Hij loopt naar de speler toe en zegt, hard, zodat iedereen het horen kan, "je veter is los". Verbaasd kijkt het mannetje naar beneden, terwijl de scheidsrechter de toch echt vastzittende veter nog wat vaster sjort. De hoekschop wordt genomen... en de wedstrijd is afgelopen."

"4-3 achter, de laatste minuut in een spannende wedstrijd. Een gelijkspel zou de verhoudingen het best weergeven en ook recht doen aan de inzet van beide teams. De waarschijnlijk laatste aanval wordt afgeslagen en de bal belandt in de handen van de keeper. Die legt de bal voor zich op de grond en doet een paar stappen naar achteren. Dan twijfelt hij, aarzelt hij. Mijn zoon Ayte, de spits, staat op een gepaste afstand. Maar ook hij weet niet goed wat te doen. "Ayte, op de bal af" roep ik als coach langs de lijn. "Kom op, rennen". Ayte begrijpt het signaal, rent op de bal af en schiet hem achter de verbouwereerde keeper. 4-4. Een terechte uitslag. De scheidsrechter fluit meteen na het doelpunt af."

Twee, schijnbaar onschuldige gebeurtenissen. Maar ook twee gebeurtenissen waarvan ik me afvraag of dat, zeker in het kaboutervoetbal, niet eigenlijk al te ver gaat. Maar twee gebeurtenissen ook die in het niet vallen bij wat ik wekelijks langs de lijn zie gebeuren bij het jeugdvoetbal. Vorige week zaterdag nog heb ik een moeder de laatste waarschuwing gegeven wegens het continu schreeuwen en schelden richting de scheidsrechter. Ik kreeg de volle lading over me heen, maar in elk geval werd de wedstrijd niet meer verstoord. En eigenlijk, was ook dat nog onschuldig als ik wedstrijden zie waar ouders en broertjes termen uiten als "schop hem neer". Regelrechte intimidatie van de spelertjes.

En daarom was het telefoontje van vanavond zo hartverwarmend. Het was van de scheidsrechter die afgelopen zaterdag SKV-Elistha D1 floot. Hij belde om ons complimenten te maken over de sportiviteit van ploeg en trainer, en zei dat hij in de 22 jaar dat hij jeugdvoetbal floot, dit nog niet had meegemaakt. Dat onze D1, ondanks een 2-1 nederlaag, dit compliment krijgt, is het mooiste dat een jeugdafdeling van een voetbalclub kan overkomen. Een compliment van een zeer ervaren scheidsrechter over de sportiviteit van ploeg en trainer. Daar kan geen kampioenschap tegen op.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen