Translate

maandag 10 januari 2011

De identiteit van e-mail: spam spam spam spam

Een aantal jaren kon ik niet slapen als er ook maar één niet-afgehandeld mailtje in mijn inbox stond. Tijdens een coachingssessie - die gericht was op leidinggeven, niet op de wijze waarop ik met de mail omga - gaf mijn coach aan dat ik moest leren om een paar mails in mijn inbox te laten staan. Inmiddels lukt dat, al slaag ik er gelukkig wel in om het aantal openstaande mails nog steeds tot tien of minder te beperken. Althans, als ik de iphone uitzet, en dat is tegenwoordig vaak al voor middernacht.

E-mail moeten we met verstand gebruiken, konden we vandaag lezen op de website van het FD. Dat wisten we natuurlijk al, hoewel ik ergens het gevoel krijg dat we ons dat in 2011 ineens veel meer beseffen dan vorig jaar. Ik heb, steekproefgewijs, wat vergeleken en de eerste week van 2011 leverde veel minder mails op dan de eerste week van 2010 (niet dat ik al die inkomende mails bewaar, maar aangezien vrijwel elke mail tot een reply leidt, heb ik even mijn verzonden mails bekeken over beide periodes). Of komt dat simpelweg omdat een deel van het land de afgelopen week nog vakantie had? De komende weken zullen het leren.

Hoewel veel mensen e-mail nog als een prachtig en modern middel zien (en tegelijkertijd de functionaliteit van mailsoftware voor minder dan 1 % weten te gebruiken), is e-mail bijna aan zijn pensioen toe. Althans, de veertig dienstjaren worden dit jaar bereikt (zie de geschiedenis van de mail.) En veel mail is tegenwoordig te omschrijven als spam in verschillende varianten.

Allereerst is er natuurlijk de echte spam, maar die wordt door een beetje filter en tegenwoordig wel uitgehaald. Vervolgens krijgen we de spam van organisaties die toevallig over je mailadres beschikken omdat je er bijvoorbeeld iets besteld hebt. Meestal is deze spam eenvoudig uit te zetten, maar ja, het klikken op delete is toch net iets sneller dan de link aanklikken om je uit te schrijven voor de ongewenste nieuwsbrief of reclamemail.

Dan hebben we de "aan alle medewerkers-spam". Dit zijn berichten die aan alle medewerkers worden verstuurd, maar meestal slechts voor (hooguit) een klein deel interessant zijn. Deze interne spam is in veel organisaties een van de meest voorkomende spamvormen. Hij doorstaat vrijwel elke filter (tenzij je zelf een regel instelt in je mailprogramma) en is bovendien afkomstig van een mailadres dat je soms ook een heel belangrijke persoonlijke mail stuurt (waardoor je het mailadres in het algemeen niet zo maar kunt blokken). Deze "aan alle medewerkers-spam" is de mailvervanger van het aloude prikbord in die organisaties die merkwaardigerwijs nog steeds niet doorhebben dat digitale prikborden ook bestaan.

De volgende groep spam is de "CC-spam". Ook deze spam is relatief makkelijk met een regeltje te omzeilen en een tijd lang hardnekkig volhouden, leidt ertoe dat iedereen wel doorheeft dat CC-en geen zin meer heeft. En terecht. Want het CC-sturen van mail is meestal iets dat ze zender doet om de beoogd ontvanger te laten weten DAT hij of zij iets heeft gedaan en niet zozeer om de ontvanger te laten weten WAT hij of zij heeft gedaan.

Maar hiermee is het gespam nog niet afgelopen. Vervolgens lopen we tegen de zogenaamde "beleefdheidsspam" aan. Dat zijn de mailtjes met "Bedankt", of "Fijn dat je zo snel reageerde" etc. Op zich zijn deze mails meestal goed bedoeld, maar ze dragen weinig tot niets bij. Soms leiden ze wel tot superspam, als bijvoorbeeld de ontvanger van het bedanktspammetje reageert met "niets te danken".

Hoewel ik denk dat ik met bovenstaande soorten mails al meer dan de helft tot 90 procent van de mails ondervangen heb, is het gespam nog niet afgelopen.We kennen nog de "ik wil je even laten weten"-spam, de "even overleggen"-spam, de "ik weet het ook niet"-spam... en nog een hele riedel.

Een aantal jaren geleden had ik RSI en een paar weken lang kreeg iedere mailer een autoreply met die mededeling en het vriendelijke verzoek (omdat ik geen mail las) even binnen te lopen, te bellen of een notitie in mijn postvak te leggen. Minder dan vijf procent van deze autoreply's leidde tot een reactie (overigens is een autoreply tegenwoordig natuurlijk ook een vorm van spam, maar dat terzijde).

Mail heeft, naar mijn mening, zijn laatste tijd nu echt gehad. En Monty Python had dit goed gezien. Want hun spam-sketch was uit... inderdaad, 1970, een jaartje ouder dan de eerste mail.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen