Translate

donderdag 13 januari 2011

De identiteit van een rekenmachine

Grafische (een beter woord is waarschijnlijk programmeerbare) rekenmachines zorgen bij ons in de opleiding regelmatig voor ophef. Aan de ene kant is er een stroming van collega's die van mening is dat moderne hulpmiddelen (ik ga hier even bewust voor bij aan de vraag of een dergelijke rekenmachine wel modern genoemd kan worden) gebruikt mogen - moeten - worden door studenten bij het maken van een tentamen. Aan de andere kant zijn er collega's die van mening zijn dat een dergelijk apparaat verboden moet worden, omdat het niet zozeer gebruikt wordt om te rekenen maar vooral om informatie in op te slaan die in het hoofd behoord te zitten en de programmeerbare rekenmachine niet zozeer gebruikt wordt om te rekenen, maar vooral als - min of meer gelegaliseerde - spiekmethode.

Als ik aan rekenmachines denk, moet ik altijd aan mijn eerste rekenmachine denken. Die ontving ik in de vijfde klas van de lagere school als beloning voor het feit dat ik nul fouten had in het (theoretische) verkeersexamen. Het merk weet ik niet meer, ik weet wel nog dat het ding een display had met rode cijfers. Ik nam het apparaat mee naar mijn opa, die me een verhaal vertelde van de eerste rekenmachine die hij zag: zo groot als een kamer, werkend op radiobuizen en tot veel minder in staat dan de "zakjapanner" die mijn trotse bezit was.

Een paar jaar later op de middelbare school kwam de tweede rekenmachine om de hoek kijken. Als ik me goed herinner een Casio FX80. Een wonderbaarlijk apparaat, waarmee veel meer kon dan met het eerste exemplaar. Logaritmes, goniometrie.... alles was kinderspel voor dit fantastische apparaat dat pas de geest gaf bij 2^334. Over deze Casio is volgens mij nooit beroering geweest al had ik een leraar scheikunde die vond dat je pas in de vijfde klas van het vwo het ding mocht gebruiken. Daarvoor moest je het maar met de hand toen.

De berekeningen die bij ons in de opleiding gemaakt moeten worden, zijn een uitzondering bij financiƫle rekenkunde en financiering daargelaten, in het algemeen kinderspel. Optellen en aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Berekeningen die we op de lagere school met de hand en uit het hoofd hebben geleerd. Misschien komt er ergens nog een worteltje tevoorschijn, maar handmatig worteltrekken... ach met enige oefening kunnen we dat toch ook nog wel leren?

Eigenlijk is de hele discussie over een rekenmachine ook een discussie uit de vorige eeuw. Want een rekenmachine, wat is dat eigenlijk? Dat is een telefoon die niet kan bellen, waar je geen filmpjes op af kunt spelen en die ook al niet geschikt is om te mailen of een website te bezoeken. Wat mij betreft gaan we de rekenmachine dan ook als afgedankt verwijderen uit ons woordenboek. Als we hulpmiddelen willen gebruiken zijn er vele alternatieven die handiger en bruikbaarder zijn. En als we willen dat iemand iets zonder digitale hulpmiddelen kan, dan zijn pen en papier nog altijd voldoende om het hoofd te ondersteunen bij het wat complexere rekenwerk.

De rekenmachine in het onderwijs dient dan ook met onmiddellijke ingang te worden afgeschaft. En als we vinden dat worteltrekken of logaritmische berekeningen niet meer met pen en papier gedaan hoeven te worden, dan is er nog steeds een uitstekend alternatief: de rekenliniaal. Zoals het prachtexemplaar dat ik van mijn opa kreeg, als reactie op de rekenmachine. Een exemplaar ook dat me tijdens het centraal examen natuurkunde op het vwo redde toen mijn rekenmachine het begaf. Wisselen van rekenmachine was niet toegestaan maar ik kon wel verder werken met de lineaal die altijd in mijn etui zat. En alle berekeningen rolden er (soms met wat schattend geluk) correct uit. Zonder mijn Casio FX 80 haalde ik dankzij de rekenlineaal een 8,9 voor het centraal schriftelijk natuurkunde. Mijn hoogste cijfer ooit. Omdat het mijn verstand was die samen met de liniaal op eigen kracht de problemen te lijf ging.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen