Translate

vrijdag 4 januari 2019

Een kleine fout of een grote leugen?


Gisteravond werd ik gewezen op een artikel op Accountantweek, onder de titel 7 moral hazards van metingen in de accountancy Het eerste dat me opviel was de wel bijzondere definitie die de auteur aan het begrip moral hazard gaf: “Onzekerheden worden ingewisseld voor een vals gevoel van veiligheid”. Een definitie die haaks staat op wat mijns inziens normaal gesproken onder moral hazard wordt verstaan: Moral hazard is a situation in which one party gets involved in a risky event knowing that it is protected against the risk and the other party will incur the cost. Moral Hazard ontstaat juist daar waar er zekerheid is dat risico's door anderen worden afgedekt. Geen 'vals gevoel van veiligheid' dus.

De uitspraak zou afkomstig zijn van "de ervaren accountant Ronald J. Barker". En via Scholar.Google ging ik naar hem op zoek. Scholar.Google vond hem niet. En ook de gewone Google gaf niets. Ik plaatste een reactie onder het stuk op Accountantweek waarin ik zei dat ik het prettig zou vinden als er een verwijzing naar het originele artikel zou komen. De reactie ligt ter moderatie bij de redactie, maar een dag later is er nog niets geplaatst. Is er wel iets te vinden, over deze 7 moral hazards van Barker?

Verder zoeken leverde op dat het artikel letterlijk ruim drie jaar geleden ook al eens is geplaatst, en wel op financieel-management.nl. Een website van dezelfde uitgever als Accountantweek, dus van plagiaat (het overnemen van een stuk zonder bronvermelding) wil ik niemand beschuldigen. Het artikel op deze site, in 2015, is geschreven door Tim Jansen, die helaas niet meer in de lijst van 'onze redactie' of 'onze bloggers' voorkomt. Maar ook Tim plaatste geen enkele bronverwijzing.

Die zou er mogelijk wel kunnen zijn. Want op de wat ondefinieerbare website quickbook.intuit.com staat vrijwel letterlijk hetzelfde stuk in het Engels. Vrijwel, want de 'ervaren accountant Ronald J. Barker' wordt in dit stuk niet genoemd. Zijn naam staat er overigens ook niet onder of boven als auteur.

Wel is er een Ron Baker, geen accountant maar een 'radio talk-show host' die in 2012 op Linkedin een stuk plaatste onder de kop: The seven moral hazards of measurments'. Zou dit die beroemde accountant zijn? Ik denk het niet. Al was het maar omdat het woord 'accounting' nu niet meer in de titel staat.

Ron Baker heeft zijn stuk echter ook niet zelf bedacht. Een jaar eerder verscheen op Accountingweb een stuk onder de titel The seven moral hazards of measurements. Overigens iets minder een letterlijke kopie van het artikel, acht jaar later, in Accountantweek, met name omdat de beschrijving onder de zeven verder identieke kopjes, wat anders is. Op een iets globaler niveau is de inhoud gelijk.

Wat moet ik nu met het artikel in Accountantweek van gisteren? Een artikel zonder bronvermelding waarin een 'ervaren accountant' wordt geciteerd die onvindbaar lijkt en die ook niet voorkomt in eerdere versies van dit artikel? Een artikel dat, net als zijn voorgangers, op geen enkele wijze aan bronvermelding doet? En wat moet ik met een redactie die op mijn vraag om een verwijzing naar het originele artikel, niet reageert?

Ik denk er vooralsnog het mijne van. Ik hoop dat Accountantweek met een verwijzing komt die bewijst dat hier van serieus onderzoek sprake is geweest. En zo niet, dan hoop ik dat er snel een redactioneel excuus bij komt.

dinsdag 23 mei 2017

Formatiecrisis voor kinderen


Eén maal in de vier jaar mogen alle grote mensen in dit land een bolletje rood kleuren. Ze moeten dan wel goed opletten. Want het mag maar één bolletje zijn. En ze moeten netjes binnen de lijntjes kleuren. En dat is natuurlijk best wel lastig. Grote mensen noemen zo'n rood bolletje een stem.

Met dat bolletje geven de grote mensen aan wie volgens hen de baas moet worden van ons land. Maar wie echt de baas wil worden, heeft meer dan de helft van de bolletjes nodig. En omdat de grote mensen in dit land allemaal anders denken, krijgt nooit iemand de helft van de bolletjes.

Daarom moeten na het kleuren de mensen met veel bolletjes gaan samenwerken. Dat is net zoiets als met Lego spelen. Stel, je wil een vliegende auto maken van Lego. En je buurmeisje wil dit ook. Maar jij hebt wel de wielen, maar geen vleugels van Lego. Als je buurmeisje dan wel vleugels heeft maar geen wielen, dan kunnen jullie samenwerken en toch een vliegende auto maken. Grote mensen noemen zo'n vliegende auto een kabinet of regering.

Na het kleuren lukte het de mensen met de rode bolletjes best vaak om een kabinet te maken. Maar nu is er een probleem. Net zoiets als dat jij twee wielen hebt, je buurmeisje één vleugel, maar jullie hebben ook geen raam en geen stuurtje. Dan mis je nogal wat. Dan moet je kijken of er andere kinderen in de straat zijn die mee willen doen.

Maar ja, een vliegende auto van Lego maken met zijn vieren of vijven, dat wordt lastig. Want je achterbuurmeisje wil niet met je overbuurjongen samen doen omdat ze zijn raampje stom vindt. En je buurmeisje vindt eigenlijk dat raampje van je achterbuurmeisje maar niks. En jij ziet het helemaal niet zitten om een vliegtuig te maken met twee verschillende vleugels, omdat die van je buurmeisje van een straaljager is en die van je achterbuurmeisje van een zweefvliegtuig.

En bovendien, je achterbuurmeisje had al van te voren gezegd dat ze nooit met je overbuurjongen samen wil spelen. Want ze vind hem stom omdat ie een boek leest waar zij een hekel aan heeft. En je overbuurjongen vind je achterbuurmeisje maar stom omdat ze nooit een boek leest en alleen maar zit te appen en te insta-en.

Zoiets is er nu aan de hand. De mensen met de bolletjes willen niet samen doen. En dan krijg je geen nieuw kabinet, geen nieuwe vliegende auto van Lego.

De spelleider moet nu gaan vertellen dat die mensen niet willen samenwerken. Wat ze dan gaan doen? Ik weet het nog niet. Maar het kan best zo zijn dat ze zeggen dat de grote mensen verkeerde bolletjes rood hebben gemaakt. En dan moeten alle grote mensen binnenkort opnieuw kleuren.



Lees ook:
Catshuiscrisis voor kinderen
Regereerakkoord voor kinderen

woensdag 25 januari 2017

Mexicaanse muur populaire vakantiebestemming

De Mexicaanse muur is komende zomer een zeer populaire vakantiebestemming. Volgens Albert Bouwmeester van reisorganisatie RTL zal komende zomer het aantal bezoekers van de Mexicaanse muur voor het eerst in decennia het aantal bezoekers van de Chinese muur overtreffen. "Sinds de jaren zestig en Mao is dat niet meer voorgekomen", aldus Bouwmeester.

vrijdag 20 januari 2017

Vitesse laat je niet zitten (in het stadion dan)

Vitesse laat je niet zitten. In het stadion dan. Tenminste, het is als trouwe supporter soms wel verdomd moeilijk om een kaartje te krijgen.



Afgelopen zondag kocht ik onze eigen stoelen (seizoenskaart) voor de bekerwedstrijd tegen Feyenoord. Twee keer betaald, twee keer afgeschreven, maar geen kaartjes. Meteen het contactformulier ingevuld en een mail gestuurd. Met volledige contactgegevens (naam, telefoonnummer etc). Maandag geen reactie, weer het contactformulier ingevuld en dinsdag gebeld. Afgebekt. Ik moest maar wachten. Dinsdagavond weer het contactformulier ingevuld. Geen reactie.



Ondertussen ook maar een tweet gestuurd en de reactie van @mijnvitesse was verbluffend: geef je contactgegevens door aan de fanservice. Ja hoor, dat had ik al een keer of drie, vier gedaan, maar vooruit. Nog maar een keer ingevuld.



Donderdag weer gebeld en het leek opgelost. Maar nog steeds geen kaarten. Weer een tweet en de reactie van @mijnvitesse is beneden alle peil:


Eh? Niet gebeld (2 x)? Geen mailadres doorgegeven (4 x en bovendien is dat gekoppeld aan mijn account bij mijn seizoenskaart)?

Nee, Vitesse laat me niet zitten. Niet in het stadion in elk geval.

Een hoop ergernis later, na heel wat tijd aan de telefoon (kom er maar eens door daar) is het eindelijk geregeld. Maar dat @mijnvitesse de suggestie durft te wekken dat ik geen contact heb proberen op te nemen... Het is dat ik me nog net kan inhouden, maar ik zou bijna roepen: Hup Nek.



woensdag 7 december 2016

zondag 2 oktober 2016

Een schaduw gaat sneller dan het licht

"Niets gaat sneller dan het licht." Hoe vaak horen of lezen we dat niet? Het lijkt een uitspraak die gebaseerd is op fundamentele natuurkundige principes. En toch, het is klinkklare onzin.

Stel er is een lichtbron op een voorwerp (bijvoorbeeld de aarde) die schijnt op een ander voorwerp (bijvoorbeeld de maan). Op korte afstand voor de lichtbron wordt een object gehouden dat een schaduw werpt op op het beschenen voorwerp. In de tekening is dat de bovenste smiley die een schaduw werpt op de linkerzijde van de maan. Beweeg nu het schaduwveroorzakende voorwerp zo, dat de schaduw zich verplaatst. Het is eenvoudig in te zien, dat de schaduw op de maan zich sneller voortbeweegt dan het schaduwveroorzakende voorwerp op aarde. Als het schaduwveroorzakende voorwerp zich beweegt met een snelheid die zelfs maar een fractie is van de lichtsnelheid, dan zal de schaduw op het maanoppervlakte zich met vele malen de snelheid van het licht bewegen.

Duitsernis, met andere woorden, kan zich veel sneller verplaatsen dan de lichtsnelheid!

zondag 17 juli 2016

Vierdubbel boekhouden: Het boekhouden van veranderingen in groeicapaciteit

Een paar dagen geleden schreef ik een blog over hardlopen, schaatsen, boekhouden en de jaarrekeningEen pleidooi om niet alleen, zoals we traditioneel doen, de snelheid te meten, maar ook de verandering in de snelheid zichtbaar te maken in de jaarrekening. Analoog aan de natuurkunde probeerde ik de contouren van een nieuw model te schetsen. In deze blog werk ik dat model verder uit en voeg er nog een belangrijke, fundamentele factor aan toe: de verandering in de groeicapaciteit, oftewel de kracht die op het systeem inwerkt.

Om het model te begrijpen is het wellicht zinvol om even stil te staan bij de natuurkundige beschrijving van bewegingen. Vijf begrippen spelen hierbij een centrale rol: positie, snelheid, versnelling, kracht en traagheid.

De positie geeft aan waar een object zich op een bepaald moment bevindt. De schaatser en de hardloper in mijn vorige blog bevonden zich op het startmoment, t0 op de startlijnen en na de eerste periode, t1 op de 100-meterlijn. Aangezien beiden na 10 seconden op de 100 meter aankwamen, hebben beiden die 100 meter met dezelfde gemiddelde snelheid afgelegd, namelijk 10 m/s. Ik constateerde al dat de versnelling van de schaatser, uitgedrukt in m/s², op dat moment hoger is dan die van de hardloper, en de schaatser daarom in het volgende stuk een hogere snelheid zal bereiken en dat bij een volgende meting de positie van de schaatser verder van de startlijn ligt dan die van de hardloper (en de schaatser dus een grotere afstand heeft afgelegd).

Natuurkundig gezien wordt de versnelling bepaald door enerzijds de kracht die op het object inwerkt en anderzijds de traagheid van het object (de massa). De versnelling kan worden bepaald door die kracht door de massa te delen, a = F/m (met a = versnelling, F = kracht en m = massa). In deze uitwerking zal ik overigens de verandering in de versnelling nog niet ontleden in een kracht en een traagheid. Ik veronderstel de traagheid, massa, als een constante, waardoor die verandering uitsluitend aan de kracht is toe te schrijven. Tot zover de natuurkunde.

Laten we nu eens uitgaan van een zeer eenvoudige onderneming. Deze onderneming bezit aan de activazijde uitsluitend liquide middelen, er is geen vreemd vermogen en de activiteiten bestaan uitsluitend uit het verhuren van de arbeid van de DGA. Er is enkel sprake van omzet en er zijn geen kosten. Om de boekhouding van deze onderneming te kunnen voeren, hebben we derhalve maar twee grootboekrekeningen nodig: liquide middelen (kas) en omzet (van belastingen etc. zien we uiteraard ook af).

In onderstaande tabel staan de financiële gegevens over drie perioden, waarbij een positief getal duidt op een debetbedrag en een negatief getal op een creditbedrag:


Begin P1Periode 1Eind P1/ begin P2Periode 2Eind P2/ begin P3Periode 3Eind P3
Kas100200320470
Eigen vermogen-100-200-320-470
Omzet-100-120-150
Winst100120150

We zien in de cijfers in één oogopslag het volgende:


  • De omzet (snelheid) neemt toe;
  • De groei van de omzet (versnelling) neemt toe. Het veranderen van de groei van de omzet schrijf ik even toe aan een grootheid "omzetkracht". Strikt genomen is zoals ik al schreef dat niet juist, aangezien het feitelijk niet alleen de kracht maar ook de traagheid is de deze groei bepaalt.

Samengevat:
periode 1periode 2periode 3
omzet-100-120-150
omzetversnelling-20-30
omzetkracht-10

Wat mogen we nu verwachten voor een volgende, vierde periode? Het moge duidelijk zijn dat dit, bij gelijkblijvende omzetkracht, een omzet is van 190. Die omzet is de gebudgetteerde omzet. In de boekhouding kunnen we die gaan verwerken, door aan de grootboekrekening omzet subgrootboekrekeningen toe te voegen, die met een budget geopend worden.


openen van het grootboek
BalanspositieVeranderingVersnellingKracht
Kasvan balans470
Eigen vermogenvan balans-470
Omzetbudget-150-30-10

Stel nu dat in de komende periode er een drietal omzetten worden gerealiseerd: Een eerste van 100, een tweede van 60 en een derde van 40. Deze drie omzetten kunnen als volgt in de boekhouding verwerkt worden:


BalanspositieVeranderingVersnellingKracht
Omzet 1, 100 Kas100
Omzet-100
Omzet 2, 60Kas60
Omzet-50-10
Omzet 3, 40Kas40
Omzet-20-20
TotaalKas
Oomzet200-150-30-20

We zien hier een groei van de omzetkracht, en mogen verwachten dat de versnelling toeneemt en daarmee de omzet ook in de daarop volgende periode sneller gaat stijgen.

Als we de omzet vergelijken met het budget, zien we dat dit budget volledig gerealiseerd is en er nog een omzetkracht met een waarde van 10 extra is. De werkelijke omzet is dan budget plus budgetverschil, in dit geval dus 190 plus 10 is 200 euro.

Op deze manier kan voor elke kosten- en opbrengstrekening gewerkt worden. Door het inrichten van de budgetten in het systeem, worden opbrengsten en kosten geautomatiseerd verdeeld over de verwachte verandering, versnelling en de kracht. De journaalpost die bovenliggend gemaakt wordt, blijft hetzelfde als in het traditionele boekhouden: Kas / @ omzet.

Ik begon mijn vorige blog met Einstein. Daar zijn we nog lang niet. Dit vierdubbel boekhouden is vergelijkbaar met de mechanica uit de 16e en 17e eeuw. Ten opzichte van Pacioli zijn we een paar eeuwen verder, maar in het heden zijn we nog lang niet.