Translate
Posts tonen met het label kabinet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kabinet. Alle posts tonen
dinsdag 23 mei 2017
Formatiecrisis voor kinderen
Eén maal in de vier jaar mogen alle grote mensen in dit land een bolletje rood kleuren. Ze moeten dan wel goed opletten. Want het mag maar één bolletje zijn. En ze moeten netjes binnen de lijntjes kleuren. En dat is natuurlijk best wel lastig. Grote mensen noemen zo'n rood bolletje een stem.
Met dat bolletje geven de grote mensen aan wie volgens hen de baas moet worden van ons land. Maar wie echt de baas wil worden, heeft meer dan de helft van de bolletjes nodig. En omdat de grote mensen in dit land allemaal anders denken, krijgt nooit iemand de helft van de bolletjes.
Daarom moeten na het kleuren de mensen met veel bolletjes gaan samenwerken. Dat is net zoiets als met Lego spelen. Stel, je wil een vliegende auto maken van Lego. En je buurmeisje wil dit ook. Maar jij hebt wel de wielen, maar geen vleugels van Lego. Als je buurmeisje dan wel vleugels heeft maar geen wielen, dan kunnen jullie samenwerken en toch een vliegende auto maken. Grote mensen noemen zo'n vliegende auto een kabinet of regering.
Na het kleuren lukte het de mensen met de rode bolletjes best vaak om een kabinet te maken. Maar nu is er een probleem. Net zoiets als dat jij twee wielen hebt, je buurmeisje één vleugel, maar jullie hebben ook geen raam en geen stuurtje. Dan mis je nogal wat. Dan moet je kijken of er andere kinderen in de straat zijn die mee willen doen.
Maar ja, een vliegende auto van Lego maken met zijn vieren of vijven, dat wordt lastig. Want je achterbuurmeisje wil niet met je overbuurjongen samen doen omdat ze zijn raampje stom vindt. En je buurmeisje vindt eigenlijk dat raampje van je achterbuurmeisje maar niks. En jij ziet het helemaal niet zitten om een vliegtuig te maken met twee verschillende vleugels, omdat die van je buurmeisje van een straaljager is en die van je achterbuurmeisje van een zweefvliegtuig.
En bovendien, je achterbuurmeisje had al van te voren gezegd dat ze nooit met je overbuurjongen samen wil spelen. Want ze vind hem stom omdat ie een boek leest waar zij een hekel aan heeft. En je overbuurjongen vind je achterbuurmeisje maar stom omdat ze nooit een boek leest en alleen maar zit te appen en te insta-en.
Zoiets is er nu aan de hand. De mensen met de bolletjes willen niet samen doen. En dan krijg je geen nieuw kabinet, geen nieuwe vliegende auto van Lego.
De spelleider moet nu gaan vertellen dat die mensen niet willen samenwerken. Wat ze dan gaan doen? Ik weet het nog niet. Maar het kan best zo zijn dat ze zeggen dat de grote mensen verkeerde bolletjes rood hebben gemaakt. En dan moeten alle grote mensen binnenkort opnieuw kleuren.
Lees ook:
Catshuiscrisis voor kinderen
Regereerakkoord voor kinderen
zaterdag 21 april 2012
Catshuiscrisis voor kinderen
Ooit, heel lang geleden, had de koning besloten niet meer alleen de baas te zijn. De baas, dat werden de ministers die hun eigen baas hadden, de minister-president. En om er voor te zorgen dat er genoeg mensen waren die de minister-president leuk vonden, maakten ze een kamertje met (nu) 150 stoelen. Wie er op die stoel kwam te zitten, bepaalden de mensen uit het land. Zij konden kiezen. En de mensen met de meeste stemmen, kregen een stoel in het kamertje.
Wie de nieuwe baas wilde worden, de minister-president dus, moest in dat kamertje meer vriendjes dan niet-vriendjes hebben. Er moesten dus minstens 76 kamerleden vriendje willen zijn van de minister-president. Dat ging heel lang goed. Het lukte de minister-president altijd minstens 76 vriendjes te vinden. De bedoeling was altijd dat die vriendjes vier jaar vriend bleven. Dan worden er namelijk nieuwe kamerleden gekozen door de mensen uit het land. Maar dat lukte niet altijd. Soms raakte de minister-president vriendjes kwijt en hield hij er minder dan 76 over.
Nog maar vrij kort geleden kwam er echter iemand die minister-president wilde worden, maar die veel minder dan 76 vriendjes had. Maar deze meneer wilde zo graag de baas worden, dat hij met een clubje afspraken maakte: "Wij doen alsof we vriendjes zijn, maar soms ook niet." Met dat clubje vriendjes die eigenlijk geen vriendjes waren erbij, had de minister-president precies 76 leden in het kamertje die zijn vriendje waren, of die deden alsof ze het waren.
Een tijdje geleden stapte één van de vriendjes op. De minister-president, die toch al geen 76 vriendjes had, had nu ook minder dan 76 vriendjes en vriendjes die eigenlijk geen vriendjes zijn. Maar hij bleef toch zitten, want hij vond het zo lekker om de baas te zijn.
Nu heeft het clubje vriendjes die eigenlijk geen vriendjes zijn gezegd: we gaan niet meer doen alsof we vriendjes zijn terwijl we geen vriendjes zijn. We spelen het spelletje niet meer mee. En nu weet iedereen dat de minister-president veel minder dan 76 vriendjes heeft. En dan kan hij echt niet meer de baas zijn.
Wat er nu gebeurt? Waarschijnlijk mogen de mensen in het land weer opnieuw gaan zeggen wie er in het kamertje moet zitten. En dan krijgen we een nieuwe baas, en hopelijk eentje met minstens 76 echte vrienden.
Wie de nieuwe baas wilde worden, de minister-president dus, moest in dat kamertje meer vriendjes dan niet-vriendjes hebben. Er moesten dus minstens 76 kamerleden vriendje willen zijn van de minister-president. Dat ging heel lang goed. Het lukte de minister-president altijd minstens 76 vriendjes te vinden. De bedoeling was altijd dat die vriendjes vier jaar vriend bleven. Dan worden er namelijk nieuwe kamerleden gekozen door de mensen uit het land. Maar dat lukte niet altijd. Soms raakte de minister-president vriendjes kwijt en hield hij er minder dan 76 over.
Nog maar vrij kort geleden kwam er echter iemand die minister-president wilde worden, maar die veel minder dan 76 vriendjes had. Maar deze meneer wilde zo graag de baas worden, dat hij met een clubje afspraken maakte: "Wij doen alsof we vriendjes zijn, maar soms ook niet." Met dat clubje vriendjes die eigenlijk geen vriendjes waren erbij, had de minister-president precies 76 leden in het kamertje die zijn vriendje waren, of die deden alsof ze het waren.
Een tijdje geleden stapte één van de vriendjes op. De minister-president, die toch al geen 76 vriendjes had, had nu ook minder dan 76 vriendjes en vriendjes die eigenlijk geen vriendjes zijn. Maar hij bleef toch zitten, want hij vond het zo lekker om de baas te zijn.
Nu heeft het clubje vriendjes die eigenlijk geen vriendjes zijn gezegd: we gaan niet meer doen alsof we vriendjes zijn terwijl we geen vriendjes zijn. We spelen het spelletje niet meer mee. En nu weet iedereen dat de minister-president veel minder dan 76 vriendjes heeft. En dan kan hij echt niet meer de baas zijn.
Wat er nu gebeurt? Waarschijnlijk mogen de mensen in het land weer opnieuw gaan zeggen wie er in het kamertje moet zitten. En dan krijgen we een nieuwe baas, en hopelijk eentje met minstens 76 echte vrienden.
Abonneren op:
Posts (Atom)