Translate

maandag 6 augustus 2012

Er zit een knop op je tv

Heel lang geleden, hadden wij thuis vijf tv-zenders: twee Nederlandse en drie Duitse. Mijn oma, die naast ons woonde, had er zes: ook nog een Belg. Dat kwam omdat mijn oma een bijzondere antenne had, die ook nog in staat was om de Belg te ontvangen.
Wielrennen keek ik als het even kon bij mijn oma. Eerst omdat de Nederlandse zenders het niet uitzonden. Later omdat ik het Belgische commentaar prettiger vond dan dat van de Neel en, later, Smeets.
Dat was iets heel moois! De tv had een knop en je kon zelf bepalen waar je naar keek. Je kon het ding zelfs uit zetten. Doe Maar heeft daar nog ooit een leuk liedje over gemaakt.
Tegenwoordig hebben we internet. Ik weet niet hoeveel streams er zijn, maar de keuze is vrijwel oneindig. Zet er een beetje schotelantenne bij, en de wereld ligt open. En in die nieuwe tijd zijn er ineens Nederlanders die beginnen te zeuren over een van de mensen die op een van die vele streams zijn trui laat zien: Mart Smeets. Die zou niet goed zijn, en zelfs weg moeten.
Ik heb geen oordeel over Smeets. Maar wel over mensen die niet weten dat er een knop op de tv zit.

maandag 9 juli 2012

De laatste keer opvang

Vandaag zijn Jurre en Ayte voor de laatste keer naar de opvang geweest. Als het goed is tenminste, want ik hoop dat de nachtopvang in het oude Stedelijk Gymnasium, waar ik ooit nog eens gewerkt heb, tegenover het oude postkantoor in Nijmegen, een plek is waar ze nooit zullen komen.

Zoals bijna ieder kind van werkende ouders, ging Jurre toen hij drie maanden was voor het eerst naar de dagopvang. Bij Nannies, in de Keplerstraat in Nijmegen, recht tegenover ons toenmalige huis. Handiger kon niet, het waren nog geen vijftien meten van deur tot deur. Beter kon wel. Nannies was een jong kinderdagverblijf dat dusdanig snel groeide, dat we vaak het idee hadden dat de leidsters waar we Jurre 's ochtends bij achter lieten 's middags al verkast was naar weer een andere vestiging. Maar de eerste vijftien maanden van zijn opgevangen leven, heeft Jurre daar wel doorgebracht.

Onze verhuizing naar Elst in 2003 leidde er natuurlijk toe dat we een ander dagverblijf moesten vinden. Niet alleen voor Jurre, maar ook voor Ayte die zich toe nog heerlijk in mama's buik aan het ontwikkelen was. We zochten en vonden een plek bij de SKAR. Maar nog voor de opvang daar inging, kwamen we in contact met een net nieuw opgerichte kinderopvang in Elst, De Kikkerkoning. We waren meteen enthousiast. Zo enthousiast dat we de opvang bij de SKAR opzegden, de opzegtermijn niet in acht namen, de boete voor vervroegd opzeggen betaalden en Jurre vanaf onze eerste dag in Elst naar De Kikkerkoning, in het oude politiebureau aan de Stationsstraat, brachten.

Wat ons aansprak in De Kikkerkoning was het gebouw, de visie, de voorgenomen activiteiten en de mix in de leiding: niet alleen maar jonge meisjes, vers van de opleiding, maar ook zeer ervaren leidsters. En 's ochtends stond de koffie klaar. Menig kopje heb ik daar gedronken met Lilian, een van de oprichtsters, als ik Jurre en later ook Ayte, bracht. Het was een bijzondere tijd, waarin Jurre in het begin op woensdagmiddag zo'n beetje als enige zijn uren op De Kikkerkoning doorbracht.

De kinderen werden ouder, en Jurre ging van dagopvang naar BSO, die toen ook nog in hetzelfde gebouw was gevestigd. Maar wel in ruimtes waar tal van activiteiten mogelijk waren. En wat niet op de locatie kon, werd erbuiten georganiseerd. De kinderen zaten niet stil, en zeker ook niet binnen. Uitstapjes, zowel educatief als ontspannend, waren zeker in de schoolvakanties aan de orde van de dag.

Nadat ook Ayte de overstap van dagopvang naar BSO had gemaakt, verhuisde de BSO, toen onder de naam "Het Strand" naar een oud fabriekspand bij ons de wijk. Een gouden zet. Want welke BSO heeft een binnenzandbak van misschien wel honderd vierkante meter? Waar kun je op de BSO binnen waveborden of trampolinespringen op echte grote trampolines? Zeker in het begin vonden de kinderen het fantastisch.

Maar met het ouder worden, nam de tegenzin toe. Eigenlijk niet eens omdat ze de activiteiten zo vervelend vonden of vinden. Want er werd volop gevoetbald, en welk kind vind het nu niet leuk om, zoals vorige week nog, op een BSO-dag te gaan kanoën? Maar opvang is wel opvang, en beperkt ze in hun mogelijkheden om vriendjes op te zoeken en over straat te struinen. En daarom werd de BSO steeds minder populair. Ze zullen hem nog gaan missen.

Mij rest niets anders dan De Kikkerkoning en Het Strand te bedanken voor de geweldig goede zorgen voor onze beide jongens en vooral ook voor de talloze interessante en actieve activiteiten die ze hebben georganiseerd.















dinsdag 12 juni 2012

Deloitte naar de maan?

Het is een mooi filmpje, dat moet gezegd. Deloitte over data, waarin Eugene Cernan, de commander van de laatste maanvlucht, de Apollo 17, over zijn droom praat. Een droom die mogelijk gemaakt zou zijn door data, net zoals Deloitte door data de droom van een ondernemer mogelijk zou kunnen maken.

Het is ontegenzeggelijk zo dat data, big data, in de accountancy een toverwoord van de toekomst is. Daarin ga ik volledig met Deloitte mee. Maar de vergelijking met de maanvluchten, vind ik op zijn zachts gezegd ongelukkig. Want de data van de Apollo-vluchten, hadden weinig te maken met de data van het accountantskantoor van de (nabije) toekomst. Niet zozeer omdat het hele andere data zijn, maar omdat de manier van verwerken volledig anders was.

Als we het in de accountancy (of breder: in de financiële wereld) over big data hebben, dan hebben we het over enorme hoeveelheden data die door krachtige computers geanalyseerd worden. Als we het over de reizen naar de maan hebben, dan hebben we het over data die door mensen werden verwerkt, met behulp van computers die weinig meer waren dan zeer eenvoudige rekenmachines. En dat verschil, het verschil in verwerkingscapaciteit, maakt het filmpje van Deloitte, hoe mooi ook, eigenlijk een beetje lachwekkend.

De Apollo 11, de eerste bemande vlucht naar de maan, had een computer met minder kracht dan de huidige wasmachine. En vergeleken met de eerste PC's, stelde het ook al weinig voor. De laagste configuratie van de eerste IBM-PC's was 8 maal krachtiger dan de 2K van de AGF. (Voor de techneuten onder de lezers, op Wikipedia tref je de specificaties van de AGF aan.)

De rekenkracht, hoe beperkt ook, van de computertjes was zeker nodig om de mens op de maan te krijgen. Maar het waren, zowel aan boord als in Houston, mensen die met behulp van die computertjes ervoor zorgden dat alles in goede banen werd geleid. Maar feitelijk lag de hele operatie dichter bij het werken met tabellenboek, kaarten en sextet dan bij het werken met data op de wijze waarop het nu, qua capaciteit en snelheid van computers, mogelijk is.

Voor de astronomieleek is het wellicht een mooi filmpje. Maar de kenner zal er om moeten lachen. Want de mens naar de maan brengen, had weinig te maken met big data en de geautomatiseerde analyse ervan. De computers in die tijd leken meer op mijn wasmachine dan op mijn Iphone of de Samsung Y van mijn zoontje.

donderdag 7 juni 2012

Jarig in de sociale media

Ik ben weer jarig geweest. Helaas. Want er is niets leuks aan jarig zijn. Om te beginnen omdat je er zelf niet voor gekozen hebt. Het geboren worden is niet een moment waarop je zelf met je volle verstand beslist: nu spring ik er uit. En waarom iets vieren dat je zelf niet hebt bedacht? En jarig zijn is ook niet leuk omdat iedereen je meent te moeten feliciteren. Dat leidt als het tegenzit tot een groot aantal onoprechte zoenen. Wat dat betreft ben ik blij dat ik een Nederlandse man ben, dan blijft die hoeveelheid onoprechte zoenen in elk geval tot de helft (statistisch gezien) van het aantal handen beperkt.

Dus lang leve de sociale media. Feliciteren zonder handen schudden en obligate zoenen op de wang. Obligaat feliciteren, dat misschien wel. Want Facebook met name, maakt het met de agenda-melding op de startpagina wel erg "verplicht" om even te feliciteren.

Hoe gaat dat nu, feliciteren via de sociale media? Het tijdlijnberichtje op Facebook, door simpelweg op de verjaardag van de jarige op je startpagina te klikken, is koploper. Bijna 50% van de felicitaties via de sociale media kwamen op deze manier binnen. Een goede nummer twee waren de directe berichten via Facebook, met ca 25%. Zo'n 5% kwam nog binnen via Facebook door reacties op berichtjes.
De resterende 20% kwam via Twitter. Hierbij heeft het dm-etje de overhand, het aantal meer publieke @-tweetjes beperkte zich tot een enkeling. O ja, en dan hebben we ook nog Hyves, Google+ en Linkedin. In absolute cijfers: 1-0-0.



zondag 3 juni 2012

Elistha voetbalkamp

Het is een traditie, het jaarlijkse voetbalkamp van de jeugd van SC Elistha. De D, E en F die gezamenlijk naar, de laatste vier jaar, Brabantbos in Lierop trekken, om daar een sportief en gezellig weekend te beleven.

Op vrijdag 1 juni om 6 uur was de bus gepakt voor het vertrek naar het Brabantse. En zoals elk jaar weer namen ouders in bijna tranen afscheid van hun kroost die ze twee dagen zouden moeten missen. Twee volle dagen zelfs, want voor het eerst zouden we niet al rond het middaguur, maar pas op zondagavond terugkeren op de Pas.



In tegenstelling tot eerdere jaren, verliep de reis niet geheel voorspoedig. Niet de files, maar een onverwachte rally leverde de problemen op. Deze rally had het parcours namelijk over de enige weg via welk Brabantbos bereikbaar is. Door adequaat optreden van de leiding, die veel te laat hierover werd geïnformeerd, slaagde de bus met 85 Elistha-spelers en de eerste volgauto's er nog in om net op tijd het kamp te bereiken. De bezemwagens hadden echter minder fortuin en strandden op een kleine kilometer van de haven, waarna de inzittenden een voettocht restte.

De rally zelf was maar even aantrekkelijk voor de kinderen. De leiding daarintegen genoot, uiteraard onder het mom van de kinderen beschermen door ze achter de dubbele afzetting te houden waar ze zelf voorstonden, zichtbaar van de ronkende motoren die de auto's tot snelheden boven de 150 kilometers langs de bomen joegen.



De gehele avond ging de rally door. Ook tijdens het traditionele dierengeluidenspel, dat voor de spelers van de F weer een ware belevenis was.



Voor de E- en D-spelers was er ditmaal echter een ander programma: levend stratego. En dat viel in de smaak. De spelers wisten van geen ophouden, en als het aan hen had gelegen waren er tot diep in de nacht vlaggen veroverd, bommen geplaatst en maarschalken lastig gevallen door spionnen.



Maar diep in de nacht, dat wordt het voor de jeugdige spelers natuurlijk nooit. En zeker dit jaar niet, want op zaterdag wachtte een toernooi bij Mifano, een voetbalvereniging uit het naburige Mierlo.

Twee D-teams vertrokken op zaterdagochtend richting Mierlo. Of eigenlijk: 1 D-team en een groot aantal E-spelers, waaronder zelfs een paar eerstejaars. Het verschil tussen het Gelderse en Noord-Brabantse voetbal werd als snel duidelijk. De D1 won met overmacht jaar toernooi, de D2 werd, met het dozijn aan E-spelers, tweede in haar groep. En zo konden de oranjemannen met twee terechte bekers richting het basiskamp terugkeren.

De avond stond natuurlijk in het teken van het andere Oranje, de wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Noord-Ierland. Op het grote scherm binnen volgende de Elstenaren de wedstrijd, om bij elk doelpunt in polonaise naar buiten te trekken, in de richting van het traditionele kampvuur dat door de vuurmeester geduldig op temperatuur voor het brood bakken werd gebracht.






De oudere jeugd had de smaak van het levend stratego te pakken en speelde nog een paar potjes.



Op zondagochtend was het de tijd voor de F en de jongere e-spelers om richting het toernooi in Mierlo te vertrekken. De striemende regen had de organisatie er toe genoopt om de duur van de wedstrijden in te korten. En dat was voor de tegenstanders maar goed ook, want ondanks het feit dat veel tegenstanders in hogere klassen spelen, was Elistha de grossier op dit toernooi. Van de vijf eerste prijzen gingen er maar liefst vier meer terug naar Elst. Vanwege het weer werd voor de D en achterblijvende E afgezien van het buitenprogramma en een alternatief binnenprogramma bedacht, waarbij dankbaar gebruik werd gemaakt van de grote hal en de aanwezig tafeltennistafels en tafelvoetbalspelen.




Omdat de organisatie besloot het F-toernooi in te korten, was er meer dan genoeg tijd om het kamp op een leuke manier uit te zwaaien. Dat is zeker gelukt.







Rond vijf uur kwam de bus weer op de Pas aan. Moe maar voldaan stapten spelers en begeleiders uit de bus.


vrijdag 18 mei 2012

De lijsttrekker van GroenLinks

GroenLinks heeft een lijsttrekkersprobleem. Of in elk geval iets wat daar op lijkt. Het bestuur gaat er op een prachtige wijze mee om. Een manier die mijn gedachten doet teruggaan naar, ik meen, 1989, maar ik kan er een jaartje naast zitten.

GroenLinks was in wording, maar voor zover mijn herinnering strekt, deden in Nijmegen PPR, PSP en CPN nog onder de naam Radicaal Links mee aan de gemeenteraardsverkiezingen. Over de wijze waarop de lijst tot stand moest komen en de manier waarop de lijsttrekker gekozen moest worden, was veel gesteggeld. Maar uiteindelijk kwam er een procedure, die inhield dat elk van de drie partijen een kandidaat naar voren zou schuiven en de gezamenlijke ledenvergadering uit deze drie kandidaten een keuze zou maken.

We, ik was in die tijd onder meer bestuurslid van de PPR, waren blij dat we een procedure hadden kunnen bedenken die in elk der partijen een meerderheid kreeg. Dat was nog niet zo eenvoudig. Zo was er een CPN-lid die zei "Samenwerken met PPR en PSP? Dat nooit. Die waren fout in de oorlog." En op de reactie dat de PPR en PSP in de oorlog nog niet bestonden, antwoordde het lid: "Maar als ze hadden bestaan, dan waren ze fout geweest".

De koude oorlog was zo ongeveer voorbij, maar ook nog diep in het geheugen. De Piersonaffaire dreunde ergens nog na in de harten van veel linkse Nijmegenaren. En PPR, PSP en CPN gingen gezamenlijk de verkiezingen in.

Drie kandidaten waren er. De CPN schoof de enige vrouw van de drie naar voren. En die maakte, alleen al daarom, een goede kans. De zaal was goed gevuld, en als bestuur (ik zat ook in het bestuur van Radicaal Links, met van elk van de partijen twee vertegenwoordigers) was lichtelijk nerveus. Elke kandidaat kreeg even de tijd om zichzelf te presenteren.

De CPN-kandidate kwam aan de beurt. En haar presentatie was bijzonder. Zij trok zich terug als lijsttrekkerkandidaat en gaf een steunverklaring voor de PSP-kandidaat. Ik was met stomheid geslagen. Hoezo, een overeenkomst waar we maanden over gepraat hadden? Hoezo, elke partij levert een kandidaat. De schorsing van de vergadering leverde weinig op. Het was duidelijk dat PSP en CPN gemene zaak gemaakt hadden. Het ging mij niet om de PPR-kandidaat, ik vond de kandidaat van de CPN beter, en de kandidaat van de PSP misschien ook wel. Het ging om de procedure, de afspraken.

De ledenvergadering liet het toe. Diezelfde nacht nog ben ik opgestapt. Omdat dit in mijn ogen echt niet kon. En vanaf dat moment heb ik nooit meer geaarzeld om GroenLinks te stemmen. De democratie was ver te zoeken.

Natuurlijk, de situatie nu is niet vergelijkbaar en geheel anders. Maar ik moest er wel aan terugdenken. Het zal de partij wel weer zetels kosten. Ach dat is misschien niet zo raar. Want samenwerken met de CPN? Dat moet je nooit doen. Die waren fout bij het samenstellen van de lijst.

donderdag 17 mei 2012

"We gaan Europa in"

"We gaan Europa in." Voetbalsupporters van de winnende club zingen het, meestal rond de tijd dat de gemiddelde Nederlander zijn zomervakantie boekt. Maar daar waar die gemiddelde Nederlander een mooi plekje in Frankrijk of Spanje zoekt en boekt, mag de voetbalsupport zich verheugen op een reisje richting barre gebieden in de Oekraïne, Letland of, als het meezit, Malta. Het is maar de vraag of je daar gelukkig van moet worden.

Voetbalsupporters worden dat wel. Die gaan graag naar de uithoeken van Europa. Het kan ze eigenlijk niet bar genoeg zijn. Dat is niet zo vreemd. In Nederland leren supporters immers om te gaan met de barre omstandigheden van uitwedstrijden. Met een verplichte bus opeengepakt naar een stadion waar je in een hok wordt gestopt waar je het veld nog net kan zien, maar het voetbal nauwelijks kan volgen.

Het moet wel heel raar lopen, wil Vitesse na tien jaar afwezigheid niet  Europa ingaan. En dus ben ook ik blij. Niet omdat ik me verheug op dat reisje naar voor-Siberië (dat ik overigens zeker aan me voorbij zal laten gaan). Maar wel omdat er na 10 jaar pijn lijden eindelijk weer eens iets te vieren valt. Al is het een schamele zevende plaats, iets waar we 12 jaar geleden het bed niet uitkwamen, met een ticket voor de voorronde van een Europees cupje.

En tegelijkertijd ben ik diep teleurgesteld. Daar waar ik had gehoopt dat we zondag met de ca. 11.000 echte fans die de afgelopen 10 jaar Vitesse zijn blijven steunen een feestje hadden mogen vieren, daar gaat de club nu voor een vol stadion door kaartjes weg te geven bij boodschappentassen en fietsen. En dus zitten we zondag niet met de echte fans bij elkaar, maar worden we omgeven door gelegenheidsaanwezigen die de clappers prachtig vinden, die met die rare servetten gaan zwaaien en die met open mond naar Hertog kijken.

Het had zo mooi kunnen zijn. Eindelijk een feestje met de echte supporters onder elkaar. Maar Vitesse moet het weer verknallen. Jammer.