Translate

woensdag 12 december 2012

Een leermeester met gewone woorden

Enkele weken geleden overleed emeritus hoogleraar Wynand Wijnen. Een overlijden dat me raakte, en me meteen deed uitroepen dat hij één van de weinig mensen was, aan wie ik bij het overlijden een blog zou moeten wijden. Het heeft even geduurd. En dat is goed. Ik ben niet degene die een in memoriam moet schrijven. Meerdere mensen hebben dat gedaan, en ik heb ze gelezen, met dezelfde bewondering als ik altijd voor Wynand heb gehad.

Eind jaren '90 ontmoette ik Wynand voor het eerst. Hoogstwaarschijnlijk, al weet ik het niet zeker, was het tijdens een tweedaagse van Onderwijsadviesbureau M.A.F. Dekkers, waar ik toen werkte. Zeker weet ik dat niet meer, al weet ik wel zeker dat Wynand een graag geziene inleider was op de verschillende tweedaagsen die we daar verzorgden. Een markant man, zoals al zo vaak geschreven is. Een man met een geweldige kennis en ervaring. Maar ik herinner hem me ook als de man die met gewone woorden zijn visie op en passie voor leren en onderwijs voor een breed publiek neer wist te zetten.Een aantal van zijn uitspraken en verhalen, mag ik nog steeds graag parafraseren. Omdat ze op een eenvoudige wijze de kern raken. Een kern die in enkele verhalen zit, die - misschien lichtelijk vervormd - voor altijd in mijn geheugen staan.

Allereerst was er zijn verhaal over het ontstaan van probleem gestuurd onderwijs (PGO) in Nederland. Een ontstaan dat direct samenhing met het ontstaan van de medische faculteit in Maastricht. Een universiteit die er zou moeten komen, omdat er een tekort aan medici was in Nederland, een tekort dat, toen de geboortedatum van de universiteit dichterbij kwam, plotseling was opgelost. "Als we niet nodig zijn voor de kwantiteit, dan zijn we wel nodig voor de kwaliteit", zo vatte Wynand de strategie die vanuit Maastricht erop volgde, samen. Die kwaliteit zou eruit bestaan, dat "aan het einde van het eerste studiejaar, alle studenten door ten minste enkele stafleden, gekend zouden worden." En zo ontstond het Maastrichtse PGO. Geen verhaal met onderwijskundige hoogstandjes, geen ingewikkeld verhaal over leerprocessen. Nee, een verhaal dat de kern raakt voor wat voor mij nog steeds het allerbelangrijkste is in onderwijs: de docent en de student moeten elkaar kennen. En dat belang vatte Wynand voor mij altijd samen, in zijn opmerking: "elke docent heeft zijn eigen handleiding. Het is alleen jammer dat studenten die nooit uitgereikt krijgen."

Die band zat hem ook in het tweede verhaal dat Wynand altijd weer aanhaalde. Het verhaal over leerlingen die niets doen op school, die zitten te consumeren, wat heel iets anders is dan leren in de klas, en die dan, de avond voor de toets, stevig de boeken in duiken. "Dan gaan ze leren", zei Wynand dan. "En net op het moment, dat de leerlingen gaan leren, is de docent er niet bij."


Ook het belang van geïntegreerd, vakoverschrijdend onderwijs, wist Wynand met een prachtige uitspraak duidelijk te maken. De wereld staat immers vol van problemen, waarop één enkel vakgebied alleen niet de oplossing kan bieden. De dokter, de ingenieur en de bedrijfseconoom zullen allemaal om de problemen en vraagstukken waarmee zij geconfronteerd worden op te kunnen lossen, kennis en vaardigheden uit verschillende disciplines moeten integreren. Ik zie me nog zitten in de zaal als Wynand dat pleidooi begon, mijn ogen gesloten en genietend van wat komen ging. De discussie, vanuit de zaal, over hoe moeilijk dat niet was. Het pleidooi voor vakgericht onderwijs, omdat het integreren van vakken zo complex was. Wetend dat hij, na enkele minuten, met de uitsmijter komen zou. "Juist. Dat integreren is moeilijk. Dat is het allermoeilijkste. En dat allermoeilijkste, laten wij aan de studenten over."

Maar bovenal was Wynand voor mij de leermeester over toetsen. En vooral over de andere manier, waarop we naar toetsen moeten kijken. Voor mij was hij een held, in de traditie van De Groot. Daarover is veel, heel veel geschreven. Over voortgangstoetsen, relatieve normeringen, en de hordeloop van piekmomenten in het reproduceren van kennis, die de studie was. Het allerbest was Wynand voor mij altijd als de discussie begon over wat je wel of niet met meerkeuze meten kon. En nadat hij een deelnemer uit de zaal de gelegenheid had gegeven om uitgebreid uit te leggen dat je met meerkeuze geen hogere denkprocessen toetsen kon, de vraag stelde of de deelnemer getrouwd was en of daar dan wel een ingewikkeld denkproces aan vooraf was gegaan. Het jawoord in de trouwzaal, als bewijs dat een schijnbare ja/nee-vraag wel degelijk een complex denkproces kan aftoetsen.

Met gewone woorden wist Wynand duidelijk te maken waar we het onderwijs kunnen verbeteren. De gewone woorden van een man uit de Peel. De gewone woorden die ik nooit vergeten zal, omdat ze de kracht hebben dat enkel het gewone woord heeft.

In 1999 verscheen deze mooie levensloopbeschrijving: http://home.kpn.nl/alchemilab/alchemie/SHV_GelijkWW.htm
Gerelateerd over toetsing: http://jurroencluitmans.blogspot.nl/2011/11/toets-der-kritiek.html


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen